“Je gaat me nu helpen, klootzak!”

Johan werkt bij een bergingsbedrijf en wordt aangevallen door een agressieve automobilist

 

Net als ik zap, gaat mijn pieper af. Een oproep, iemand heeft mijn hulp nodig. Mijn vrouw kijkt om de hoek van de deur. ‘Je eerste toch?’ Ik knik. Ja, de eerste van deze dienst die nog tot zeven uur morgenochtend zal duren.

‘Bijna een thuiswedstrijd Sas, vlakbij de afrit A2 staat een blauwe Subaru met pech.’ Ze zwaait dat ze me gehoord heeft. ‘Doe voorzichtig.’

 

Deze zin zegt ze al veertien jaar tegen me. En gelukkig gaat het meestal goed, hoewel er soms idioten in het verkeer zijn die veel te hard langs pechgevallen racen. Of agressieve mensen, maar die kan ik gelukkig op één hand tellen. Wel merk ik dat ik me veel veiliger voel sinds ik onzichtbaar de noodknop bij me draag.

 

Mijn neus bloedt, of is het mijn wenkbrauw?

 

Bij de afrit zie ik de alarmlichten van de auto knipperen. De Subaru blijkt een Opel te zijn. En niet blauw maar groen. Ik kijk of ik me vergis, is dit een andere plek dan ik net doorkreeg? Nee. Ik bel de centrale. ‘Johan hier. Die auto op de A2, ik geef je even het kenteken. Check alsjeblieft.’ Zoals ik al verwachtte. Niet verzekerd voor pechhulp. Ik mag niet helpen.

 

De man fronst als hij me zonder materiaal naar hem toe ziet lopen. ‘Luister meneer, uw auto is onverzekerd. Ik kan u helaas niet helpen. Heeft u vrienden of familie die u kunt bellen?’ ‘Wát zeg je?’ De man staat binnen drie passen voor mijn neus. Letterlijk. Ik voel zijn adem in mijn gezicht en doe een stap naar achteren. ‘Jij gaat mij zeker wel helpen!’

 

Hij pakt me bij mijn jas. Mijn rechterhand schiet onder dezelfde jas, een vinger op de noodknop. Rustig blijven. ‘Ik begrijp dat u boos bent en overstuur. Toch wil ik dat u mij loslaat.’ Pijn. Brandende pijn. Ik werd geslagen. Mijn neus bloedt of is het mijn wenkbrauw? Ik moet naar de auto. En druk nogmaals op de noodknop. Ik hoop tenminste dat ik dat deed. Mijn oren suizen, val ik flauw? Kan niet, ik moet naar de auto …

 

Ik voel zijn handen om mijn hals

 

Een harde trap in mijn rug en ik schuif over het asfalt. Ik voel zijn gewicht op me, zijn handen om mijn hals. ‘Je gaat me nu helpen klootzak!’ Het wordt zwart voor mijn ogen.

 

Als ik bijkom lig ik in een ambulance. ‘Het valt mee, rustig blijven liggen, we hechten je wenkbrauw. Je was net flauwgevallen toen de politie er was. De man ging ook tegen hen door het lint en is afgevoerd. De auto is gestolen.’ Ik adem diep in en probeer te lachen naar de dienstdoende verpleger. ‘Ah, gevalletje dikke pech dus’, grap ik. Hij schudt zijn hoofd en glimlacht terug.

 

Johan is al veertien jaar werkzaam bij een groot bergingsbedrijf. Door de noodknop kon de centralist snel de politie inschakelen en bovendien de exacte locatie doorgeven. Met Johan gaat het goed, hij vindt zijn werk veel te leuk om zich door dit voorval te laten ontmoedigen. Op verzoek van de geïnterviewde zijn alle namen gefingeerd.



Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies.