“Laat me los, jij met je (…) smoel”

Nick neemt het op tegen een gewelddadige bewoner in zijn woongroep

 

Het is stil in huis, de avond is nu voorbij. Vandaag is iedereen redelijk rustig naar zijn eigen kamer gegaan. Er zijn dagen dat dit uur pittiger is. Maar de groep is intussen wel aan elkaars grillen gewend.

 

Tarek, mijn collega is zojuist vertrokken, en ik verwacht nu elk moment Simon terug. Simon is de rustigste en toch meest explosieve bewoner van het stel. Hij werkt even verderop in de spoelkeuken. Sinds hij die baan heeft, lacht de stuurse jongen zelfs. En dat is geweldig. Na al die ellende die hij heeft meegemaakt, ben ik oprecht blij dat hij zijn draai lijkt te vinden.

 

Wel is hij meestal al vroeger terug. Het is bijna middernacht.

 

Met een klap vliegt de deur open. Simon, bloed op zijn witte shirt, knokkels kapot, wilde ogen, wankelt de keuken binnen. Uit zijn mond komen onverstaanbare klanken. Ik loop op hem af en praat, maar hij hoort me niet. Hij duwt me ruw aan de kant en pakt een mes uit de la. Ik houd zijn arm vast en voel zijn spieren onder mijn vingers opspannen. ‘Laat me los!’ Het klinkt als een noodkreet. Ik laat niet los, praat zacht op hem in. Simon wijst met de punt van het mes naar mijn gezicht. ‘Laat los en hou je bek, ik moet naar buiten. Die (…) hebben mijn fiets in elkaar getrapt, ik ga ze pakken. Allemaal.

 

‘Laat me los, jij met je (…) smoel!’

 

Met alle kracht die ik heb, dwing ik Simon op de grond. Ik krijg een harde stoot in mijn gezicht, maar geef niet op. Met mijn knieën houd ik hem in bedwang. De huistelefoon zit aan mijn riem vast, ik moet volgens protocol de slaapdienst op de hoofdvestiging drie kilometer verderop alarmeren. De adrenaline giert door mijn lijf. Ook Simon is sterker dan ooit. Ik proef bloed op mijn lip. Ik hoor de telefoon overgaan, maar niemand neemt op. Dan lijkt Simon alsnog mijn greep te overwinnen en slaat het toestel uit mijn hand. Hij schreeuwt zijn longen uit zijn lijf. Ik tril. Er is nu geen enkele kans meer op hulp.

 

Dit moet anders

 

Dit moet ik alleen oplossen. Net als ik denk dat mijn spieren het opgeven, rent Tarek binnen. Hij roept iets over de fiets van Simon die hij onderweg had zien liggen. Met zijn hulp krijg ik Simon uiteindelijk tot rust.

 

Terwijl ik ijs tegen mijn lip houd en Tarek een nu huilende Simon kalmeert, gaat de aan de kant gemepte huistelefoon over. We kijken elkaar aan. ‘Dit moet anders’, zegt Tarek hoofdschuddend. ‘Onbetrouwbare rotdingen.’ Ik klik de oproep weg. Het is nu toch te laat.

 

Nick, 26 jaar, werkt al tweeënhalf jaar als woongroepbegeleider bij een jeugdzorginstelling waar jongeren verblijven met zeer complexe (gedrags)problemen. Na het voorval is besloten om de noodknop van Secure2Go in te zetten om de begeleiders beter te kunnen beschermen. Op verzoek van de geïnterviewden zijn alle namen gefingeerd.



Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies.